Niet de analyse is anders, maar het contract
In de community gaat het meestal over crypto. De traditionele markten, door Albert de fiat-markten genoemd, voelen voor veel handelaren verder weg. Niet omdat de charts anders zijn, maar door de terminologie: futures, contractwaardes, lots, pips, margin en hefboom. Wie dat eenmaal doorheeft, ziet vooral de overeenkomsten met wat hij al kent.
In deze webinar neemt Albert je mee langs de vier markten die hij onder fiat schaart: aandelen, indexen, grondstoffen en valuta. Hij legt uit wat een future is, waarom een mini- en een microcontract een factor tien schelen, hoe lots en pips werken op de valutamarkt en wat prop firms en funded accounts zijn. Dat doet hij vanaf een paper-tradingaccount in TradingView, met een Nasdaq-future, aandelen uit de AEX, euro-dollar en olie op het scherm. Zijn advies: oefen eerst op papier.
- Begrijp wat een future is, hoe een contract per punt afrekent en waarom een mini- en een microcontract een factor tien verschillen
- Herken de handelstijden van een beurs, de weekendpauze en het moment waarop een futurecontract doorrolt naar de volgende maand
- Bepaal aan de hand van lots, pips en contractgrootte wat één punt of één pip beweging voor je positie betekent en welk deel van je account je riskeert
key topics
- Fiat-markten: aandelen, indexen, grondstoffen en forex
- Paper trading als eerste stap, volgens Albert
- Handelstijden, de nabeurs en de weekendpauze van New York close tot Tokyo open
- Wat een future is en hoe hij doorrolt naar de volgende maand
- Mini, micro en de margin die de beurs eist
- Prop firms, challenges en funded accounts
- Lots, pips en CFD’s op de valutamarkt
- Het juiste contract aanklikken en risico als deel van je account
VIDEO
2. SAMENVATTING
Wat je na deze les kunt
Uitleggen wat Albert onder de fiat-markten verstaat en welke vier markten daaronder vallen. Een future herkennen als afgeleid product met een vooraf afgesproken waarde per punt, en weten wanneer hij doorrolt. Het verschil tussen een mini- en een microcontract benoemen en zien waarom de beurs een margin eist. Lots en pips op de valutamarkt vertalen naar de omvang van je positie. Een paper-tradingaccount en een challenge bij een prop firm plaatsen als manieren om zonder eigen geld te oefenen.
Kernbegrippen
Fiat-markten — De verzamelnaam die Albert gebruikt voor de handel in gewoon geld: aandelen, indexen, grondstoffen en valutaparen zoals euro-dollar. Fiat is het geld op je bankrekening, de euro, de dollar of de Zwitserse frank.
Future — Een afgeleid product op een onderliggende index of grondstof. Je koopt de index niet, maar sluit via de beurs een contract met een vooraf afgesproken waarde per punt en een expiratiemaand.
Microcontract — De kleine versie van een futurecontract. Bij de Nasdaq haalt de micro één nul van de mini af: een tiende van de waarde per punt, met een lagere margin-eis van de beurs.
Lot — De standaard positiegrootte op de valutamarkt: 100.000 eenheden van de basisvaluta. Een mini-lot is een tiende daarvan, een micro-lot een honderdste; elke stap haalt een nul van de waarde per pip.
Pip — De kleinste standaardstap in een valutapaar. Euro-dollar noteert met vier decimalen; de laatste decimaal is één pip. Hoeveel één pip waard is, hangt af van de lotgrootte van je positie.
Hefboom — Handelen met meer geld dan op je account staat. Bij futures en valuta werk je volgens Albert altijd met hefboom, omdat de contractwaarde ver boven je inleg ligt en de beurs alleen een margin vraagt.
Wat Albert onder de fiat-markten verstaat
Fiat is gewoon geld: wat op je bankrekening staat. In de eurozone is dat de euro, in Amerika de dollar, in Zwitserland de Zwitserse frank. Met de fiat-markten bedoelt Albert de handel in aandelen, in indexen, in grondstoffen of commodities en op de forexmarkt met valutaparen zoals euro-dollar. Een longpositie op euro-dollar is een kooppositie: je koopt euro’s, of je verkoopt dollars die je niet hebt en koopt die later goedkoper terug. Brokers faciliteren dat en staan onder regulatie en toezicht. Albert benadrukt dat hij en Xander content creators zijn die hun marktblik delen, geen adviseurs. Ze mogen geen advies geven en dus ook geen broker aanbevelen; ze laten alleen zien hoe de markt werkt.
Eerst oefenen op een paper-tradingaccount
Albert wil de kijker vooral laten zien hoe je de fiat-markten betreedt via paper trading, een demo-account. In TradingView vraag je zo’n account aan en handel je met fictief geld op echte koersen. Zijn advies, voor zover hij dat wettelijk mag geven, is om daar eerst mee te spelen en te ontdekken hoe hard het kan gaan voordat er eigen geld in zit. Wie daarna een broker kiest, doet er volgens hem goed aan te kijken of die compatibel is met TradingView, zodat orders rechtstreeks vanuit de chart geplaatst en gesloten kunnen worden. Een broker met een eigen platform kan ook; van MetaTrader 4 en 5 is hij zelf geen voorstander. Ook prop firms bieden vaak een paper-account aan.
Aandelen, hefboom en de valutamarkt
Aandelen handelen kent bijna iedereen: kopen, verkopen en het verschil houden. Daar gaat een kleine commissie af, en eventueel rente als je met hefboom werkt. Hefboom betekent volgens Albert dat je meer belegt dan je in je portemonnee hebt. De meeste Nederlandse brokers bieden dat aan, de ene strenger dan de andere, binnen de regels van de wet. Op de valutamarkt kan de hefboom flink oplopen, van 1 op 10 en 1 op 30 tot 1 op 100; die laatste mag volgens Albert onder Europese wetgeving niet meer. Zodra je futures of valuta handelt, werk je altijd met hefboom, en dat maakt risicomanagement belangrijker dan op een gewoon aandelenaccount.
Handelstijden en de rust van het weekend
De cryptomarkt is dag en nacht open, zeven dagen per week, en dat geeft volgens Albert weinig rust. Hij handelt zelf nog crypto, maar veel minder dan fiat, omdat hij weet wanneer de markt dicht is. De Amerikaanse beurs sluit om 22:00 Nederlandse tijd, de nabeurs en de futures lopen door tot 23:00, en daarna zijn de beurzen 48 uur dicht tot zondagavond 23:00, als Australië opent. De weekendpauze loopt van de New York close tot de Tokyo open. Weet daarnaast op welke beurs een aandeel noteert. ASML handelt in Amsterdam van 9:00 tot 17:30; de meest volatiele uren liggen volgens Albert tussen 15:30 en 17:30, als de Amerikaanse markt volledig open is, inclusief de futurehandel in Chicago.
Wat een future is
Een index kun je niet kopen; daarvoor zou je alle aandelen in hun weging moeten aanschaffen. Daarom zijn er trackers, fondsen die een index volgen, en futures. Een future is een afgeleid product: een contract dat de beurs uitgeeft, waarmee koper en verkoper vooraf afspreken wat één punt beweging waard is. Elk contract heeft een expiratiemaand, bijvoorbeeld juni, juli of augustus. Loopt een contract af, dan rolt het door naar de volgende maand; de continuous contracten die daaruit volgen, worden het meest verhandeld. Albert vergelijkt het met een future op Bitcoin met een hefboom van twintig: ook daar ontvang je een veelvoud van het koersverschil. Let daarom heel goed op welk contract je aanklikt.
Mini, micro en de margin van de beurs
Op zijn paper-account laat Albert een short zien op NQ1, het continuous contract op de Nasdaq dat de prijs voor juni bepaalt en eind juni doorrolt naar juli. Dat is een minicontract: elk punt is 20 dollar winst of verlies. Een short betekent dat je per punt 20 dollar betaalt als de index stijgt en 20 dollar ontvangt als hij daalt, met de plicht het terug te kopen. Welke margin je daarvoor op je account moet hebben, bepaalt niet je broker maar de beurs in Chicago, de CME. Omdat zijn eigen account onder die eis voor een mini blijft, handelt Albert alleen micro’s: één nul eraf, 2 dollar per punt. Het risico is daarmee niet kleiner dan in crypto; kijk volgens hem naar percentages van je accountgrootte.
Prop firms, challenges en funded accounts
Een toegankelijke manier om futures te leren kennen is volgens Albert een prop firm. Zulke partijen leggen strenge regels op en bieden vaak een paper-account als challenge. Je betaalt een maandbedrag; haal je de challenge, dan stopt het abonnement, word je gefund en deel je in de winst. Het dashboard van zo’n account toont het maximale verlies, het maximale dagverlies en de winstdoelstelling, zodat je in risicobeheersing wordt begeleid. Albert liet zijn eigen statistieken zien: zijn gemiddelde verlies lag boven zijn gemiddelde winst en zijn risk-reward was aan de lage kant, iets waar hij aan moest werken. Omdat volgens hem ongeveer de helft van je trades gemiddeld faalt, moet de wiskunde in je voordeel staan. Wie privé handelt, heeft die vangrails niet: dan gaat het account gewoon naar nul.
Orders vanuit de chart
Vanuit TradingView plaatst en sluit Albert orders direct in de chart, bij hem gekoppeld aan zijn broker. Op het demo-account laat hij zien hoe dat werkt: de prijs raakt de VWAP, krijgt een stevige reactie, en hij sleept zijn stop loss naar beneden om de trade te trailen, met een take profit onder de vorige low. Later verplaatst hij de stop van de entry naar een winstniveau in een liquiditeitszone, terwijl de take profit in de accumulatiezone blijft staan. Bij aandelen staat het aantal standaard op honderd stuks; dat pas je aan. Een market buy doet Albert nooit: hij kiest altijd limit orders, omdat spreads en commissies dan lager zijn. Ordertypes werken verder zoals in een crypto-account.
Lots, pips en CFD’s op de valutamarkt
Op de valutamarkt handel je in lots. Eén lot is 100.000 eenheden van de basisvaluta, euro of dollar afhankelijk van het paar; wie euro-dollar short gaat, verkoopt dus 100.000 dollar ten opzichte van de euro en moet die later terugkopen. Een mini-lot is 0,10 lot, een micro-lot 0,01; elke stap haalt een nul van de waarde per pip. Euro-dollar noteert met vier decimalen, en de laatste decimaal is één pip. Hoeveel één pip waard is, hangt van je lotgrootte af, en daarop stem je volgens Albert je accountgrootte en je risico af. Valuta worden vaak als CFD verhandeld, een contract for difference: het verschil tussen de contractprijs en de huidige prijs is je winst of verlies.
Het juiste contract, olie en je exit
Alle technische analyse uit crypto werkt ook hier. Wat volgens Albert echt telt, is risicomanagement, je hefboom beheersen en goed opletten welk contract je aanklikt. In een funding-challenge opende hij per ongeluk een mini in plaats van een micro, en het verlies viel een factor tien groter uit. Zijn oplossing: zet de assets die je handelt in een favorietenlijst, met MNQ voor het live-account en NQ voor paper of challenge. Olie handelt net als een index, met een volledig contract en een micro-variant; het kleine aantal cijfers voor de komma maakt de contractgrootte hier extra belangrijk. Weet vóór de trade waar je uitstapt, haal volgens Albert minimaal 1 op 2 risk-reward, en houd je emotie in bedwang.
Praktijkvoorbeeld
Op zijn privé-account rekent Albert voor wat één microcontract op de Nasdaq betekent. Stel dat er 10.000 op het account staat en je opent één micro short. Elk punt is dan 2 dollar. De positiewaarde is 2 dollar maal de stand van de index. Eén micro-contract vertegenwoordigt dus een positie die een veelvoud is van een account van 10.000: je werkt met hefboom, ook met maar één contract. Zakt de Nasdaq 1 procent en ben je short, dan groeit het account met een veelvoud van die 1 procent; long bij een stijging van 1 procent geeft hetzelfde. Dat is met één micro; een mini doet keer tien.
Valkuilen
Het verkeerde contract aanklikken — Een mini in plaats van een micro maakt elk punt beweging tien keer zo duur; Albert verloor zo een positie in een challenge.
Een market order gebruiken — Spreads en commissies vallen dan hoger uit; Albert werkt daarom uitsluitend met limit orders, ook bij aandelen.
Risico in punten denken — Niet de puntenbeweging telt, maar het deel van je account dat je riskeert; daar baseer je je positiegrootte op.
Instappen zonder exit — Wie vooraf niet weet waar hij uitstapt, laat de emotie beslissen, volgens Albert de grootste tegenstander van elke trader.
Overnight open staan voor het weekend — Een positie die het weekend in gaat, kan 48 uur niet worden aangepast terwijl het nieuws gewoon doorloopt.
Kernconclusie
De fiat-markten werken niet anders dan crypto: dezelfde analyse, dezelfde orders, maar met andere terminologie, een hefboom via margin en contracten die per punt of per pip afrekenen. Wie de contractgrootte begrijpt, zijn risico als deel van zijn account bepaalt en volgens Albert eerst op papier oefent, krijgt daar vaste handelstijden en 48 uur weekendrust voor terug.
Lees ook Welke markten bestaan er? · TradingView-uitleg: de basis voor beginners · Risico en moneymanagement (basis)
Dit materiaal is uitsluitend educatief bedoeld en vormt geen beleggingsadvies. Handelen in financiële instrumenten brengt risico op verlies met zich mee. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.