Een koers ziet er op elke markt hetzelfde uit, maar de regels eromheen verschillen

Aandelen, forex, futures, crypto: in gesprekken over beleggen en traden lopen de markten vaak door elkaar. Op een chart lijken ze ook op elkaar, want een koers is een koers. Toch werkt elke markt anders. Er handelen andere partijen, de handelstijden verschillen, prijzen komen op een andere manier tot stand en het risico zit telkens ergens anders.

In deze les zetten we zeven markten op een rij: aandelen, valuta, grondstoffen, crypto, obligaties, derivaten en vastgoed. Per markt lees je wat er wordt verhandeld, wie er handelt, wanneer de markt open is, hoe liquide hij is en welk risico typisch is. Daarna zie je hoe de markten met elkaar samenhangen en welke vragen helpen om te bepalen welke markt bij jou past. Een voorbeeld met goud laat zien wat er verandert als je dezelfde waarde via een andere route verhandelt.

  • Begrijp wat er op de aandelen-, valuta-, grondstoffen-, crypto-, obligatie-, derivaten- en vastgoedmarkt wordt verhandeld en wie daar handelt
  • Herken het verschil tussen handel op een beurs en over-the-counter handel, en wat dat betekent voor handelstijden, liquiditeit en tegenpartij
  • Bepaal aan de hand van je tijd, kapitaal, kennis en houding tegenover hefboom welke markt en welke route bij jou passen

key topics

  • Aandelen: eigendom in een bedrijf, verhandeld op beurzen als Euronext, NYSE en Nasdaq
  • Valuta: de grootste financiële markt, over-the-counter en doordeweeks dag en nacht open
  • Grondstoffen: energie, metalen en landbouw, voor een groot deel via futures
  • Crypto: Bitcoin en Ethereum, zeven dagen per week verhandeld
  • Obligaties: leningen aan overheden en bedrijven, grotendeels over-the-counter
  • Derivaten: futures, opties, swaps en CFD’s met een afgeleide waarde
  • Vastgoed: zelf een pand bezitten of beleggen via een vastgoedfonds
  • Hoe de markten samenhangen en welke markt bij jou past

2. SAMENVATTING

Wat je na deze les kunt

Benoemen welke zeven markten er zijn en wat er op elk ervan wordt verhandeld. Het verschil uitleggen tussen handel op een beurs en over-the-counter handel, en wat dat betekent voor prijzen en tegenpartij. Per markt aangeven wanneer hij open is, hoe liquide hij is en welk risico typisch is. Herkennen hoe rente, valuta en derivaten de markten met elkaar verbinden. Afwegen welke route naar een markt past bij je tijd, kapitaal, kennis en risicobereidheid.

Kernbegrippen

Beurs — Een gereguleerde handelsplaats waar orders van kopers en verkopers centraal samenkomen, met vaste handelstijden en openbare prijzen. Voorbeelden zijn Euronext, NYSE en Nasdaq voor aandelen en de CME en Eurex voor futures.

Over-the-counter (OTC) — Handel rechtstreeks tussen twee partijen, meestal via banken en handelaren, zonder centraal orderboek. Prijzen zijn minder openbaar, en elke partij is afhankelijk van de andere om de afspraak na te komen.

Liquiditeit — De mate waarin je snel en zonder grote invloed op de prijs kunt kopen of verkopen. Een liquide markt heeft veel kopers en verkopers en een kleine spread tussen biedprijs en laatprijs.

Derivaat — Een contract waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde, zoals een aandeel, index, valuta of grondstof. Futures, opties, swaps en CFD’s zijn derivaten; je bezit de onderliggende waarde zelf niet.

Hefboom — Een positie innemen die groter is dan het geld dat je inlegt. Winst en verlies worden over de hele positie berekend, dus een kleine koersbeweging heeft een groot effect op je inleg, in beide richtingen.

Tegenpartij — De partij aan de andere kant van je transactie. Bij futures op een beurs staat een clearinginstelling tussen koper en verkoper; bij een CFD of op een cryptoplatform ben je afhankelijk van de aanbieder zelf.

De aandelenmarkt

Op de aandelenmarkt wisselen eigendomsbewijzen van bedrijven van eigenaar. Een bedrijf geeft aandelen uit om kapitaal op te halen, bijvoorbeeld bij een beursgang; daarna handelen beleggers ze onderling op de beurs. Een aandeelhouder deelt in de waardeontwikkeling en soms in dividend. Er handelen particulieren, pensioenfondsen, beleggingsfondsen en market makers, die doorlopend koop- en verkoopprijzen afgeven. Bekende beurzen zijn NYSE en Nasdaq in New York en Euronext, met onder meer Amsterdam en Parijs. Euronext Amsterdam is op handelsdagen open van 9:00 tot 17:30, de Amerikaanse beurzen in Nederlandse tijd meestal van 15:30 tot 22:00. Aandelen van grote bedrijven zijn zeer liquide, van kleine veel minder. Het typische risico is bedrijfsspecifiek: nieuws buiten handelstijd kan een aandeel met een sprong, een gap, laten openen.

De valutamarkt

Op de valutamarkt, of forex, wordt de ene munt tegen de andere geruild, altijd in paren zoals EUR/USD of USD/JPY. Gemeten naar dagelijkse omzet is dit de grootste financiële markt ter wereld; EUR/USD is het meest verhandelde paar. Er is geen centrale beurs; de handel loopt over-the-counter tussen banken. Er handelen centrale banken, andere banken, bedrijven die valutarisico afdekken, fondsen en particulieren via een aanbieder. Doordat de handel overgaat van Sydney en Tokio naar Londen en New York, is de markt van zondagavond tot vrijdagavond vrijwel onafgebroken open. De grote paren bewegen per dag in procenten meestal weinig. Het risico zit vooral in de hefboom waarmee particulieren vaak handelen: dan heeft een kleine beweging grote gevolgen voor hun inleg. Rentebesluiten en economische cijfers kunnen plotselinge uitslagen geven.

De grondstoffenmarkt

Op de grondstoffenmarkt gaat het om energie zoals olie en aardgas, edelmetalen zoals goud en zilver, industriële metalen zoals koper, en landbouwproducten zoals tarwe en koffie. Een deel wisselt fysiek van eigenaar tussen producenten en afnemers; een groot deel van de handel loopt via futures op beurzen als de CME, ICE en, voor industriële metalen, de LME. Daar leggen producenten en afnemers hun prijs vooraf vast, naast fondsen en speculanten. Particulieren komen meestal binnen via futures, beursgenoteerde producten of CFD’s. Veel energie- en metaalfutures op de CME worden op werkdagen bijna de klok rond verhandeld; landbouwcontracten kennen kortere handelstijden. Het typische risico: prijsschokken door weer, oogsten, voorraden of geopolitiek. Bovendien heeft elke future een afloopdatum, waardoor een fonds dat in futures belegt de grondstofprijs niet altijd precies volgt.

De cryptomarkt

De cryptomarkt is de jongste markt: Bitcoin bestaat sinds 2009, Ethereum sinds 2015. Er wordt gehandeld op cryptobeurzen, rechtstreeks tussen partijen en op decentrale platforms. Inmiddels bestaan er ook futures op Bitcoin en Ethereum bij de CME en beursgenoteerde producten op beide munten; naast particulieren doen daardoor ook professionele partijen mee. De markt is zeven dagen per week dag en nacht open, maar ’s nachts en in het weekend is er minder liquiditeit, en kleinere munten zijn veel minder liquide dan Bitcoin en Ethereum. Het typische risico is de hoge volatiliteit. Daar komt platformrisico bij: wie munten bij een aanbieder laat staan, is van die aanbieder afhankelijk; wie zelf bewaart en zijn sleutels verliest, is ze kwijt. In de EU stelt de MiCA-verordening sinds eind 2024 regels aan aanbieders.

De obligatiemarkt

Een obligatie is een lening die een overheid, gemeente of bedrijf bij beleggers ophaalt. De uitgever betaalt meestal een vaste of variabele rente, de coupon, en lost op de einddatum de hoofdsom af. Nieuwe staatsobligaties worden vaak via veilingen uitgegeven; daarna wordt het merendeel over-the-counter verhandeld tussen banken, handelaren en grote beleggers, en een deel staat aan een beurs genoteerd. De grootste spelers zijn pensioenfondsen, verzekeraars, banken en centrale banken; particulieren beleggen vaker via een obligatiefonds of ETF. Staatsobligaties van grote landen, zoals Amerikaanse Treasuries en Duitse Bunds, zijn zeer liquide; veel bedrijfsobligaties veel minder. Het typische risico is renterisico: stijgt de marktrente, dan daalt de koers van bestaande obligaties, bij een lange looptijd doorgaans sterker. Daarnaast is er kredietrisico: de kans dat de uitgever niet kan betalen.

De derivatenmarkt

Derivaten zijn geen aparte soort bezit, maar contracten waarvan de waarde is afgeleid van een aandeel, index, valuta, grondstof, obligatie of rente. De bekendste zijn futures, opties, forwards, swaps en CFD’s. Futures en beursopties zijn gestandaardiseerd en worden verhandeld op beurzen als de CME, Eurex, CBOE en Euronext. Forwards, swaps en CFD’s lopen over-the-counter; bij een CFD is de aanbieder je tegenpartij. Banken, bedrijven en institutionele beleggers dekken er vooral risico mee af; speculanten nemen dat risico over. Veel indexfutures worden veel langer verhandeld dan de aandelen in de index. Het typische risico is de hefboom: je positie is groter dan je inleg, dus een kleine beweging kan die inleg snel opmaken. Bij futures en bij het verkopen van opties kan het verlies zelfs groter worden dan je inleg.

De vastgoedmarkt

Op de vastgoedmarkt wisselen woningen, kantoren, winkels, bedrijfshallen en grond van eigenaar. Dat kan direct, door zelf een pand te kopen, of indirect via een vastgoedfonds. Een deel van die fondsen staat op de beurs, internationaal vaak als REIT (Real Estate Investment Trust). Spelers zijn particulieren, woningcorporaties, projectontwikkelaars, pensioenfondsen en andere institutionele beleggers. Er is geen centrale handelsplaats: de prijs ontstaat per object in onderhandeling, vaak op basis van een taxatie. Fysiek vastgoed is daardoor weinig liquide; een verkoop kan maanden duren en de transactiekosten zijn hoog. Beursgenoteerd vastgoed is elke handelsdag verhandelbaar, maar beweegt dan ook mee met de aandelenmarkt. Typische risico’s zijn een stijgende rente, omdat vastgoed vaak met geleend geld wordt gefinancierd, leegstand en concentratie: met één pand zit al je geld in één object.

Hoe de markten samenhangen

De zeven markten staan niet los van elkaar. De rente op de obligatiemarkt speelt mee in de waardering van bijna alles: een hogere rente maakt bestaande obligaties minder waard en maakt lenen duurder voor bedrijven en vastgoedbeleggers. Valuta spelen overal mee. De meeste grondstoffen worden in dollars genoteerd, en wie vanuit euro’s in Amerikaanse aandelen belegt, loopt naast koersrisico ook valutarisico. Derivaten verbinden de markten: op vrijwel elke markt uit deze les bestaan futures, opties of CFD’s. Beursgenoteerde fondsen werken de andere kant op en brengen grondstoffen, obligaties, vastgoed en crypto naar de aandelenbeurs. Daardoor kun je één onderliggende waarde via meerdere markten verhandelen, elk met eigen handelstijden, kosten en tegenpartij. Dat is precies wat het praktijkvoorbeeld hieronder laat zien.

Welke markt past bij jou

Welke markt bij je past, hangt minder af van waar het meest beweegt dan van je eigen situatie. Een paar vragen helpen. Wanneer heb je tijd? Wie overdag werkt, kan de Amerikaanse beurs in de avond volgen; de cryptomarkt sluit nooit, en dat vraagt discipline om ook pauze te nemen. Hoeveel kapitaal heb je, en hoe groot is de kleinste positie die je in die markt kunt innemen? Begrijp je het product, inclusief wie je tegenpartij is en wat het kost om een positie aan te houden? Wil je met een hefboom werken, of juist niet? En wat is je horizon: jaren beleggen of binnen een dag in en uit? Welk type trader je bent, lees je in de les over de vier soorten traders.

Praktijkvoorbeeld

Neem goud. Wie fysiek goud koopt, bezit baren of munten, zonder hefboom en zonder tegenpartij zolang hij ze zelf bewaart; wel betaalt hij een verschil tussen inkoop- en verkoopprijs en bewaarkosten. Een beursgenoteerd goudproduct, een ETF of in Europa meestal een ETC, handel je tijdens beursuren, zonder hefboom en met jaarlijkse kosten; je bent afhankelijk van uitgever en bewaarder. Een goudfuture bij de CME wordt op werkdagen bijna de klok rond verhandeld, met hefboom via margin, een vaste contractgrootte en een afloopdatum; een clearinginstelling staat tussen koper en verkoper. Bij een CFD gelden de handelstijden van de aanbieder, werk je met hefboom, betaal je financieringskosten per nacht en is de aanbieder je tegenpartij.

Valkuilen

Hefboom zien als gratis extra rendement — Een hefboom vergroot verlies even hard als winst; bij futures en CFD’s kan een kleine beweging je inleg snel opmaken.

De handelstijden van je markt negeren — Nieuws buiten handelstijd zie je pas bij de opening terug, vaak als gap; een stop-loss kan dan tegen een slechtere prijs worden uitgevoerd.

Aandacht verwarren met liquiditeit — Een munt of klein aandeel waar veel over gepraat wordt, kan toch weinig volume hebben; uitstappen kost dan geld door een brede spread.

Obligaties als risicoloos zien — Stijgt de marktrente, dan daalt de koers van bestaande obligaties, en een uitgever kan in betalingsproblemen komen.

Vergeten wie je tegenpartij is — Bij een CFD of op een cryptoplatform hangt je positie mede af van de aanbieder; komt die in de problemen, dan raakt dat jou.

Kernconclusie

Zeven markten, zeven sets regels. Aandelen, valuta, grondstoffen, crypto, obligaties, derivaten en vastgoed verschillen in wat er wordt verhandeld, wie er handelt, wanneer ze open zijn en hoe liquide ze zijn. Dezelfde onderliggende waarde kun je vaak via meerdere routes verhandelen, met of zonder hefboom en met een andere tegenpartij. Wie dat ziet, weet welk risico hij neemt.

Lees ook Traden op aandelen, futures en forex: de basis · Welk type trader ben jij? De vier soorten traders · Aandelen selecteren met fundamentele analyse

Dit materiaal is uitsluitend educatief bedoeld en vormt geen beleggingsadvies. Handelen in financiële instrumenten brengt risico op verlies met zich mee. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.